Historie Oranje Nassau in een notendop














Oprichting (18 februari 1875)
De Koninklijke Schietvereeniging Oranje Nassau werd opgericht op 18 februari 1875 in Den Haag. De oprichting vond plaats tijdens een bijeenkomst met als doel “het komen tot de oprichting van een vereeniging ter beoefening van het schijfschieten.” Dit gebeurde in een periode waarin schietsport in Nederland aan populariteit won, mede door militaire en burgerlijke belangstelling voor precisie en competitie.
- Initiatiefnemers: Een sleutelfiguur was Walter Joachim Jochems (Mr. J. Jochems), een Haagse notabele, grootgrondbezitter en sportliefhebber. Jochems, die eerder actief was bij schietverenigingen zoals “Petit St. Hubert” (opgericht 1835) en “Scherpschutters van ‘s-Gravenhage,” bracht zijn ervaring mee. Hij werd de eerste voorzitter en leidde de vereniging 25 jaar, tot 1900.
- Doel: In tegenstelling tot sommige oudere clubs, die meer recreatief waren, richtte Schietsportvereeniging “Oranje Nassau” zich op het opleiden van wedstrijdschutters, met een focus op nationale en internationale competitie.
De naam “Oranje Nassau” weerspiegelt de patriottische en koninklijke band die de vereniging nastreefde, een veelvoorkomend thema in 19e-eeuwse Nederlandse verenigingen.
Vroege Jaren (1875-1900)
In de beginjaren groeide “Oranje Nassau” snel tot een vooraanstaande schietvereniging:
- Locatie: De vereniging vestigde zich aan de Oude Waalsdorperweg in het groene gebied tussen Den Haag en Wassenaar, nabij de Waalsdorpervlakte. Dit terrein werd gehuurd van het Ministerie van Defensie, met wie tot op heden nauwe banden worden gehouden.
- Successen: Onder de leiding van Jochems wonnen de leden talloze prijzen bij wedstrijden. Zijn eigen hoogtepunt kwam in 1900, toen hij een bronzen medaille behaalde op de Olympische Spelen in Parijs in het onderdeel “zwijn-schieten” (schieten op een bewegend zwijnmodel). Dit succes versterkte de reputatie van de club.
- Leden: De vereniging trok een mix van Haagse elite aan: militairen, diplomaten, aristocraten en sportliefhebbers. Dit exclusieve karakter werd geaccentueerd door Jochems’ sociale status.
In 1900 trad Jochems af als voorzitter na 25 jaar, mogelijk vanwege zijn Olympische verplichtingen of persoonlijke redenen. Hij werd benoemd tot erevoorzitter, en notaris S.J. van den Berg nam het voorzitterschap over, maar overleed kort daarna.
Groei en Erkenning (1901-1975)
De vroege 20e eeuw bracht zowel uitdagingen als mijlpalen:
- 25-Jarig Jubileum (1901): Vanwege Van den Bergs dood werden festiviteiten uitgesteld naar 1901. Dit markeerde een moment van consolidatie, met nieuwe leden en een verstevigde positie in de Haagse sportwereld.
- Eerste Wereldoorlog (1914-1918): Hoewel Nederland neutraal bleef, speelde “Oranje Nassau” een rol in de oprichting van een burgerwacht in Den Haag, wat haar maatschappelijke betrokkenheid toonde. Leden droegen bij aan lokale veiligheidsinitiatieven.
- Tussenoorlogse Periode: De club bleef groeien, met deelname aan nationale schietwedstrijden. Haar locatie nabij de Waalsdorpervlakte, een gebied dat later berucht werd als executieplek in de Tweede Wereldoorlog, gaf haar een bijzondere historische context.
- Tweede Wereldoorlog (1940-1945): De Duitse bezetting bracht beperkingen, maar de club overleefde. Archieven gingen deels verloren, mogelijk door een brand of oorlogsschade (bijvoorbeeld in het Bezuidenhoutkwartier, waar veel Haagse documenten werden vernietigd). Na de oorlog herstelde “Oranje Nassau” zich snel.
Een belangrijke ontwikkeling was de benoeming van Z.K.H. Prins Bernhard als beschermheer, waarschijnlijk na de oorlog. Zijn betrokkenheid bij sport en jacht paste zeer goed bij onze verenigingen versterkte haar prestige.
Koninklijke Status (1975)
Bij het 100-jarig jubileum op 18 februari 1975 verleende H.K.H. Koningin Juliana het predikaat “Koninklijk” aan de vereniging, een erkenning van haar lange geschiedenis en bijdrage aan de schietsport. Dit jubileum werd gevierd met een feestelijke bijeenkomst, en Z.K.H. Prins Bernhard bleef als beschermheer betrokken bij onze vereniging tot zijn dood in 2004. Het predikaat werd in 2012 verlengd tot 2037, wat de continuïteit van de club onderstreept.
Moderne Geschiedenis (1975-2025)
- Activiteiten: KSV Oranje Nassau richt zich nog steeds op wedstrijdschieten, met een internationaal ledenbestand, waaronder enkele diplomaten. De club organiseert trainingen en competities en onze leden nemen deel aan (inter)nationele wedstrijden, vaak op hoog niveau.
- Uitdagingen: In 2019 werd kwam de vereniging geconfronteerd met juridisch conflicten tussen Defensie en de gemeente Den Haag over bodemvervuiling in de omgeving van het schietterrein. Onderzoek wees op lood- en antimoonverontreiniging door eeuwenlang schietgebruik, wat leidde tot een zaak bij de Raad van State over de verplichting tot sanering van het terrein.
- Huidige Status: Tot op heden blijft KSV Oranje Nassau actief. Het terrein aan de Oude Waalsdorperweg blijft de komende 30 jaar in gebruik, en de club behoudt haar reputatie als één van Nederlands oudste en meest prestigieuze schietverenigingen in Nederland.
Culturele en Sociale Context
- Elite Karakter: Door de jaren heen trok KSV Oranje Nassau een select publiek: de Haagse bovenlaag, militairen en buitenlandse diplomaten. Dit sluit aan bij haar locatie in Den Haag en nabij Wassenaar, een welvarend gebied, en haar koninklijke connecties.
- Verband met Walter Jochems: Jochems’ nalatenschap verbindt de club met andere Haagse instellingen, zoals Renbaan Duindigt (opgericht 1906 op zijn landgoed). Zijn rol als sportieve pionier gaf KSV Oranje Nassau een sterke start.
- Historische Verliezen: Helaas gingen delen van het archief verloren (bijvoorbeeld door brand bij Jochems thuis en oorlogsschade), wat sommige details over de vroege jaren obscuur maakt.
Samenvatting van de Geschiedenis
- 1875: Oprichting door Walter Jochems en anderen, met Jochems als eerste voorzitter.
- 1900: Jochems’ Olympische succes en aftreden na 25 jaar.
- 1914: Bijdrage aan burgerwacht in WOI.
- 1945: Herstel na WOII, met Z.K.H. Prins Bernhard als beschermheer.
- 1975: Koninklijk predicaat bij 100-jarig bestaan.
- 2019: Juridisch conflict over bodemvervuiling.
- 2025: Opening van de geheel gerenoveerde baan door Zijne Hoogheid Prins Pieter-Christiaan van Oranje Nassau, Van Vollenhoven
Petit St. Hubert

Oprichting en activiteit
Schietvereniging “Petit St. Hubert” werd in 1835 opgericht in de Haagse regio en richtte zich op de beoefening van de schietsport. Het was een van de voorlopers van latere schietverenigingen in Den Haag zoals de Koninklijke Scherpschutters Vereeniging “Oranje Nassau”.
Locatie
De vereniging gebruikte schietbanen “aan het kanaal” (tegenwoordig de Raamweg in Den Haag). Een deel van deze schietbanen lag op de plek waar nu het St. Hubertusviaduct en de Hubertustunnel liggen, wat de naam “Sint Hubert” in de naam zou kunnen verklaren.
Connectie met “Oranje Nassau”
Bij de oprichting van “Oranje Nassau” in 1875 waren leden van “Petit St. Hubert” betrokken, waaronder Mr. J. Jochems, een prominent figuur in de Haagse schutterswereld. “Petit St. Hubert” verleende “Oranje Nassau” toestemming om hun schietbanen te gebruiken, wat wijst op een nauwe samenwerking of zelfs een gedeeltelijke fusie.
Historische context
De naam “St. Hubert” verwijst mogelijk naar Sint-Hubertus, de patroonheilige van jagers en schutters, wat logisch is voor een schietvereniging.
Wie was Walter Jochems?


Wie was Walter Jochems?
Walter Joachim Jochems (ook wel Mr. J. Jochems genoemd in sommige bronnen) was een Haagse notabele, grootgrondbezitter en sportliefhebber, geboren in de 19e eeuw (exacte geboortedatum onduidelijk, maar actief rond 1875-1900). Hij was een man van aanzien in de Haagse samenleving, met interesses in zowel de schietsport als de paardensport. Jochems wordt vaak geassocieerd met zijn eigendom van Landgoed Duindigt en zijn bijdrage aan sportieve ontwikkelingen in de regio Den Haag/Wassenaar. Hij won in 1900 een bronzen medaille op de Olympische Spelen in Parijs in het onderdeel “zwijn-schieten” (een discipline waarbij op een bewegend zwijnmodel werd geschoten), wat zijn status als bekwame schutter bevestigt.
Walter Jochems en Duindigt
Landgoed Duindigt, gelegen in Wassenaar nabij Den Haag, was eigendom van Jochems en vormt de basis voor de latere oprichting van Renbaan Duindigt. De renbaan, die op 15 mei 1906 haar deuren opende voor het publiek, was aanvankelijk een privé-initiatief van Jochems. Hij was een paardenliefhebber en gebruikte zijn grond om een renbaan aan te leggen, profiterend van de aanleg van de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg (tussen Rotterdam Hofplein en Scheveningen), die het gebied tussen Rotterdam en Den Haag beter bereikbaar maakte. Dit markeerde het begin van Duindigt als centrum voor draverijen (paarden met sulky’s in draf) en rennen (paarden met jockeys in galop).
- Ontwikkeling van de Renbaan: In de beginjaren was Duindigt een bescheiden onderneming. Jochems richtte zich op een breed publiek, hoewel de elite aanvankelijk terughoudend was. Consumptieprijzen waren hoog (bijvoorbeeld 1,30 gulden voor een broodje kalfsvlees en koffie), wat paste bij de sfeer van exclusiviteit die hij nastreefde. Na de sluiting van de nabijgelegen renbaan Woestduin in 1909 groeide Duindigts populariteit, mede dankzij koninklijke steun: H.K.H. Koningin Wilhelmina en Z.K.H. Prins Hendrik stelden ereprijzen beschikbaar. In 1910 bereikte het prijzengeld bijna 50.000 gulden, een hoogtepunt.
- Uitdagingen: In 1911 werd de Wet ter Bestrijding van de Zedeloosheid aangenomen, die gokken via de totalisator verbood, wat een klap was voor de renbaan. Pas tijdens de Tweede Wereldoorlog, onder Rijkscommissaris Seyss-Inquart (die de rensport steunde en Jochems kende van de jacht), werd dit verbod opgeheven, wat leidde tot een omzet van 19 miljoen gulden in 1944, grotendeels op Duindigt.
- Persoonlijke Rol: Jochems’ visie was om van Duindigt een plek te maken voor zowel de elite als het gewone volk, een mix van “koningskinderen, baronnen en bandieten,” zoals later beschreven. Zijn eigendom van het landgoed en zijn sociale status maakten dit mogelijk.
Walter Jochems en de Oprichting van Oranje Nassau
De Koninklijke Schietvereeniging Oranje Nassau werd opgericht op 18 februari 1875 in Den Haag, en Jochems speelde een sleutelrol als een van de initiatiefnemers. De vereniging ontstond uit een bijeenkomst “om te komen tot de oprichting van een vereeniging ter beoefening van het schijfschieten,” in een tijd dat schietsport in Nederland aan populariteit won.
- Achtergrond: Voor 1875 bestonden al schietverenigingen in Den Haag, zoals “Petit St. Hubert” (sinds 1835) en “Scherpschutters van ‘s-Gravenhage,” waar Jochems lid van was geweest en bestuursfuncties had vervuld. Zijn ervaring en netwerk binnen deze kringen maakten hem een natuurlijke leider voor een nieuwe, ambitieuze vereniging. Oranje Nassau richtte zich specifiek op het opleiden van talentvolle wedstrijdschutters, een hoger niveau dan veel andere clubs.
- Jochems’ Bijdrage: Bij de oprichting in 1875 was Jochems een van de drijvende krachten. Hij werd de eerste voorzitter en leidde de vereniging 25 jaar lang, tot 1900, toen hij na zijn Olympische succes erevoorzitter werd. Notaris S.J. van den Berg nam het voorzitterschap over, maar overleed kort daarna, waardoor festiviteiten voor het 25-jarig jubileum werden uitgesteld naar 1901.
- Successen: Onder Jochems’ leiding groeide “Oranje Nassau” uit tot een topvereniging in de Nederlandse schietsport. De club won talloze prijzen bij nationale en internationale wedstrijden. In 1914, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, speelde Oranje Nassau een rol in de oprichting van een burgerwacht, wat haar maatschappelijke betrokkenheid toont.
- Koninklijke Status: In 1975, bij het 100-jarig bestaan, verleende H.K.H. Koningin Juliana het predikaat “Koninklijk” aan de vereniging, een erkenning die in 2012 werd verlengd tot 2037. Z.K.H. Prins Bernhard was tot zijn dood in 2004 beschermheer, wat de koninklijke band met de vereniging versterkte. Deze band is recent weer bestendigd door de opening van de gerenoveerde schietbaan van de vereniging in 2024 door Z.H. Prins Pieter-Christiaan van Oranje Nassau. Hij loste op 15 juni 2024 met grote precisie het openingsschot, zoals zijn vader Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven dat op 11 oktober 1991 ook deed.
Verbinding Tussen Duindigt en Oranje Nassau
De link tussen Jochems’ betrokkenheid bij Duindigt en Oranje Nassau ligt in zijn persoonlijke interesses en sociale positie:
- Sportieve Passie: Jochems’ liefde voor competitieve sporten – schietsport en paardensport – verbindt beide initiatieven. Als eigenaar van Landgoed Duindigt en oprichter van “Oranje Nassau” bracht hij zijn passie voor precisie en prestige in beide werelden tot uiting.
- Geografische Nabijheid: Zowel de renbaan als het schietterrein van Oranje Nassau (aan de Oude Waalsdorperweg) liggen in het gebied van Wassenaar en Den Haag, wat wijst op Jochems’ invloed in deze regio.
- Elite Netwerk: Zijn connecties met de Haagse elite en mogelijk de koninklijke familie (via latere betrokkenheid van Z.K.H. Prins Bernhard bij Oranje Nassau) suggereren dat hij een brug sloeg tussen deze sportieve en sociale kringen.
Nalatenschap en Verdere Ontwikkelingen
- Duindigt: Na Jochems’ tijd kende de renbaan ups en downs. De Tweede Wereldoorlog bracht onverwachte bloei, maar na de oorlog kampte Duindigt met financiële en publieke uitdagingen. Toch blijft het tot op heden (maart 2025) een iconische locatie voor paardensport in Nederland.
- Oranje Nassau: De vereniging overleefde beide wereldoorlogen, ondanks verliezen zoals de vernietiging van archieven (o.a. bij een brand bij Jochems thuis en later in het Bezuidenhoutkwartier). De vereniging blijft actief en focust op wedstrijdschieten.
- Jochems’ Persoonlijke Geschiedenis: Details over zijn latere leven zijn schaars. Hij overleed waarschijnlijk na 1906 (toen Duindigt opende), maar een exacte datum ontbreekt. Zijn nalatenschap leeft voort in beide instellingen.
Achtergrond van de Willem III-beker




De Willem III-beker
Is een verguld zilveren bokaal, beschreven als een “prachtstuk van edelsmeedwerk”, die in 1872 werd uitgeloofd door Z.K.H. Koning Willem III. De koning stelde deze beker beschikbaar “ter bevordering van het juistheidsschieten”, wat aantoont dat hij een sterke interesse had in de schietsport en de ontwikkeling ervan in Nederland wilde stimuleren. Dit initiatief past binnen zijn bredere betrokkenheid bij de schietsport, zoals ook blijkt uit zijn rol bij het “Koninklijk Concours” in 1851 op Het Loo, waar hij scherpschutterijen uitnodigde voor een wedstrijd.
Voorwaarden voor het winnen van de beker
Om de beker definitief in bezit te krijgen, stelde Koning Willem III specifieke en uitdagende voorwaarden:
- De beker moest worden gewonnen met een Remmington-geweer op een afstand van 400 passen (circa 300 meter).
- Een vereniging moest de beker twee keer achtereen winnen.
- Telkens moesten verschillende teams van vijf schutters worden ingezet.
Deze regels benadrukten niet alleen precisie en vaardigheid, maar ook consistentie en teamwork in sportief verband binnen de vereniging.
Verovering door “Oranje Nassau”
De Koninklijke Scherpschutters Vereeniging “Oranje Nassau” slaagde erin om aan deze voorwaarden te voldoen en won de beker definitief in 1881. Dit markeert een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van de vereniging, die slechts zes jaar eerder, op 18 februari 1875, was opgericht. Het succes in 1881 onderstreept de snelle groei en het talent binnen de vereniging onder de leiding van figuren zoals Mr. J. Jochems, een prominent lid van de Haagse schuttersgemeenschap. De beker is door onze vereniging ter beschikking gesteld aan het Zilvermuseum in Schoonhoven.
Betekenis en locatie
- Historische waarde: De beker symboliseert zowel de koninklijke steun voor de schietsport als de prestaties van “Oranje Nassau”. Het winnen van deze trofee versterkte de reputatie van de vereniging als een van de toonaangevende schietverenigingen in Nederland.
- Huidige locatie: De beker is in bruikleen afgestaan aan het Zilvermuseum te Schoonhoven, alwaar hij deel uitmaakt van de vest tentoonstellingscollectie
Aanvullende context
- De vereniging organiseerde haar eerste grote wedstrijd in 1878 op het terrein van de Dienstdoende Schutterij in Den Haag, maar de beker werd pas later, in 1881, definitief veroverd. Dit suggereert dat “Oranje Nassau” in de jaren na de oprichting snel groeide in vaardigheid en organisatie.
- De connectie met Z.K.H. Koning Willem III versterkt de band van de vereniging met het koningshuis. Dit werd later bevestigd door het beschermheerschap van Prins Bernhard, het predicaat ‘Koninklijk’ in 1975 verleend door Koningin Juliana, en de band van de vereniging met Z.H. Prins Pieter-Christiaan van Oranje-Nassau.